Ouderenmishandeling

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

Omdat het al weer zo’n twintig jaar geleden was dat in Nederland onderzoek plaatsvond naar slachtoffers van ouderenmishandeling, wilde de toenmalige staatssecretaris (M.J. van Rijn) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzicht in de actuele stand van zaken rond dit fenomeen. Hij gaf het Sociaal en Cultureel Planbureau opdracht de bestaande kennis bijeen te brengen, wat in 2015 resulteerde in het rapport Ouderenmishandeling in Nederland.1 In het rapport worden verschillende onderzoeken besproken. Ze allemaal diepgaand te behandelen, zou te ver voeren. Daarom kies ik ervoor om eerst wat algemene informatie te geven en vervolgens meer in detail een kwalitatief onderzoek te bespreken omdat daarin de opvattingen – voor een belangrijk deel verzameld via interviews – van bij ouderenmishandeling betrokkenen aan te treffen zijn. De ouderen komen dus ook zelf aan het woord. Bij de weergave van het kwalitatieve onderzoek wordt in het voorbijgaan ook aandacht gegeven aan andere onderzoeksresultaten, zowel uit het rapport als uit twee andere publicaties.

Algemeen

Definitie, omvang en vormen van en theorieën over ouderenmishandeling

In de jaren 1970 werd gedacht dat het bij ouderenmishandeling vooral ging om vrouwen – granny bashing/omaatjemeppen –, maar uit onderzoek werd al gauw duidelijk dat ook oudere mannen slachtoffer zijn van mishandeling. Vandaar dat tegenwoordig de volgende omschrijving van ouderenmishandeling door onderzoekers en professionals (rapport, p. 26) wordt gehanteerd: het gaat om schade (lichamelijke en/of psychische en/of materiële) die ontstaat door het handelen of nalaten van handelen door een persoon in de omgeving van een oudere die door deze oudere wordt vertrouwd. De persoon rond de oudere kan een familielid of kennis zijn, maar ook een professional. Onder oudere wordt meestal verstaan 65 of ouder. Het aspect van vertrouwen is opgenomen omdat het om een relatie moet gaan tussen slachtoffer en pleger, het gaat niet om incidenteel geweld.2

Geschat werd in 1995 dat het aantal ouderenmishandelingen jaarlijks rond de 200.000 zou bedragen.3 De meer recente cijfers (in dit rapport) geven een veel lager aantal aan. Veel zegt dat echter niet, zo stellen de onderzoekers, omdat niet steeds dezelfde definities worden gehanteerd en ook de onderzoeksmethoden variëren. Bij onderzoek naar ouderenmishandeling dreigt bovendien het gevaar van onderrapportage. Zo kan het zijn dat ouderen zich niet als slachtoffer zien, omdat zij mishandeling niet als zodanig erkennen of benoemen, of uit schaamte en angst niet willen of durven melden. Bovendien doen de meest kwetsbaren (bejaarden met geestelijke en/of lichamelijke gebreken) vaak niet mee aan onderzoek, terwijl zij juist een grote kans maken op mishandeling. Voorts is het zo dat mishandeling door familieleden, professionals of zorgvrijwilligers niet gauw zal worden vermeld als een van hen zelf de pleger is. Voeg daarbij dat in sommige zorginstellingen het onderwerp taboe is, waardoor het moeilijk bespreekbaar is en dus niet wordt gemeld.

Ondanks de onduidelijkheid omtrent de omvang van mishandeling komt eenduidig uit vrijwel alle onderzoeken naar voren dat het vooral gaat om psychische mishandeling, lichamelijke mishandeling en financieel misbruik. Verwaarlozing en seksueel misbruik worden het minst genoemd. Dit beeld is over de jaren redelijk constant. Dat geldt ook voor de pleger (zoals blijkt uit meldingen van ouderenmishandeling): het gaat vooral om partners, kinderen/kleinkinderen en andere familieleden.

Ter verklaring van ouderenmishandeling zijn verschillende theorieën geformuleerd, die in twee globale noties kunnen worden samengevat:

  • Intrapersoonlijke theorieën. In deze theorieën wordt de nadruk gelegd op de persoonlijke eigenschappen van de pleger (psychische problemen, drugs- alcoholgebruik) of van het slachtoffer (kwetsbaarheid), waarbij ook gelet wordt op de dynamiek tussen deze eigenschappen.
  • Omgevingstheorieën. De aard van de sociale omgeving van pleger en slachtoffer staat hier centraal. Een groot aantal factoren wordt dan in de beschouwing betrokken: factoren gerelateerd aan de oudere persoon (fysieke of emotionele afhankelijkheid, slechte gezondheid), structurele factoren (sociale isolatie) en factoren gerelateerd aan de zorgverlener (stress, uitputting).

Er heeft zich in de afgelopen tien jaar een verschuiving voorgedaan naar omgevingstheorieën die zowel de individuele kenmerken, de relatie tussen slachtoffer en pleger alsook de sociaal-maatschappelijke omgeving als verklarende factoren meenemen (p. 26/27). Door de respondenten in het kwalitatieve onderzoek worden sommige van deze factoren ook genoemd (zie volgende paragraaf).

Het kwalitatieve onderzoek

Voor de materiaalverzameling werden vraaggesprekken gevoerd met experts (35)4, niet-mishandelde ouderen (35) en slachtoffers van ouderenmishandeling (17). Hun opvattingen volgen hieronder.

  • De opvattingen van experts en professionals

Experts en professionals wijzen allereerst op de intrapersoonlijke dynamiek. Slachtoffer en pleger bevinden zich in een wederzijdse afhankelijkheid (bijv. de pleger is financieel afhankelijk van de oudere, terwijl de oudere afhankelijk is van de pleger voor verzorging of boodschappen). De pleger zal de situatie in de hand willen houden en daarom controle en macht uitoefenen op de ouder. Factoren als stress of overbelasting (door werkloosheid, familieproblemen, middelenmisbruik) versterken de kans op mishandeling. Ook wijzen de experts en professionals op factoren samenhangende met niet optimaal functionerende zorginstellingen (vanwege de nadruk op efficiëntie), waardoor verwaarlozing kan ontstaan.

  • Niet-mishandelde ouderen

De niet-mishandelde ouderen zien mishandeling vooral als fysiek en bewust geweld. Het moet volgens hen gaan om opzettelijk pijn doen – ‘slaan en gooien’ –
en niet om psychische en onbedoelde mishandeling. Als belangrijke factoren noemen zij afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Die kunnen samenhangen met het ouder worden, maar ook gerelateerd zijn aan de visie van de maatschappij op de oudere mens. Mensen op leeftijd worden te gauw en ten onrechte, zo stellen deze ouderen, gezien als onproductief en als kwetsbaar en afhankelijk. Ouderen hebben weinig status en worden gemarginaliseerd. Daardoor worden ze onvoldoende serieus genomen. Vandaar ook de nadruk op fysiek geweld. Je moet stevig in je schoenen staan, onbetwistbaar bewijs kunnen aandragen, wil je als oudere serieus genomen worden wanneer je een klacht over mishandeling indient. Verder stellen ze dat door de toenemende individualisering de solidariteit is afgenomen, mensen voelen zich niet meer verantwoordelijk voor anderen. Het is daarom volgens hen belangrijk om zo lang mogelijk onafhankelijk te blijven, zelf de regie te houden en ‘eigen baas te blijven’.

  • Slachtoffers

Slachtoffers zien mishandeling veel minder beperkt dan de niet-mishandelde ouderen. Voor hen is mishandeling een voortschrijdend proces van oorzaken, effecten en het zoeken van oplossingen. Als belangrijkste oorzaken noemen zij hun afhankelijkheid van zorg, hulp en steun. In de relatie met de ‘verzorger’ voelen zij zich machteloos, ook al omdat hun sociale context gekenmerkt wordt door eenzaamheid en sociale isolatie.

Mishandeling heeft psychologische, fysieke, financiële en materiële gevolgen voor de slachtoffers. Onder psychologische gevolgen vallen negatieve gevoelens en emoties zoals schaamte, hulpeloosheid, vernedering, angst en spanningen. De fysieke gevolgen van mishandeling beperken zich niet tot de directe effecten. Slachtoffers melden ook gezondheidsproblemen als continue buikpijn, spanningsincontinentie, slaap- en eetproblemen. Financiële mishandeling geeft bij slachtoffers aanleiding tot voorzichtiger worden met geld, minder vertrouwen in anderen, maar ook minder vertrouwen in hun eigen bekwaamheid. Slachtoffers zoeken soms professionele hulp (vooral als de pleger behoort tot de kring van naaste familie en vrienden), maar ook wel hulp van familie en vrienden of zij pogen het probleem zelf op te lossen. Informele hulp wordt vooral ingeroepen bij psychologische of financiële mishandeling. Maar ook professionele hulp bij financiële uitbuiting wordt vrij snel en vrij vaak gezocht. Dat gemakkelijker hulp zoeken vindt zijn oorzaak in het geringere stigma rond deze vorm van mishandeling: “het kan iedereen overkomen”. Zelf pogen een oplossing te vinden, wordt vooral gedaan bij psychologische mishandeling. Hier zijn familieleden vaak de plegers. Belangrijke overwegingen van slachtoffers zijn dan de vrees het contact met de pleger te verliezen of opnieuw mishandeld te worden als ze externe hulp inschakelen.

Wat nu te doen?

Gezien de verschillen in opvattingen bij de vier besproken categorieën is het noodzakelijk dat ouderen betrokken worden bij het beleid. Dat lijkt een open deur, maar dat dit te weinig gebeurt, moge blijken uit de opmerkingen van de niet-mishandelde ouderen. Zij voelen zich uitgesloten en niet serieus genomen. De mishandelde ouderen zitten in een situatie van afhankelijkheid waar zij van lieverlede zijn ingerold, waarbij het herkennen en (durven) erkennen van mishandeling als zodanig vaak ook een probleem is geweest. Het is dus zaak ouderen actief te trainen om de verschillende vormen van mishandeling te herkennen en de wegen te leren om deze ter sprake te brengen. Dan zal ook de omvang van het verschijnsel beter in beeld kunnen worden gebracht.

Voor mij persoonlijk is één ding wel duidelijk geworden, dat ik formuleer als het volgende adagium: houd de regie over je eigen leven zo lang dat kan. Zorg daarbij voor een stevig en betrouwbaar sociaal netwerk. Dat voorkomt isolatie en maakt je minder kwetsbaar. En mocht dat niet meer kunnen, vanwege gezondheidsproblemen, dan is een verpleeghuis of woonzorgcentrum niet eens zo’n slechte keuze, zo meldt een onlangs verschenen SCP-rapport. Tot mijn verrassing bleek dat de eenzaamheid onder de verpleeghuisbewoners van 85 jaar en ouder lager is dan onder hun leeftijdsgenoten die zelfstandig wonen.5 Maar ondanks deze hoopvolle constatering houd ik mij eerst maar een (ik hoop een heel, heel lang) tijdje aan mijn adagium. Groots en meeslepend hoeft het niet te zijn, zoals Roger McGough beschrijft in zijn gedicht Let Me Die A Youngman’s Death6, maar wel productief en in goede gezondheid. Dat wens ik iedereen toe.

  • Lammert Gosse Jansma

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

Noten
  1. Plaisier, Inger & Mirjam de Klerk (red.) (2015),
    Ouderenmishandeling in Nederland. Inzicht in kennis over omvang en achtergrond van ouderen die slachtoffer zijn van ouderenmishandeling, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  2. Ik presenteer hier de definitie die Yuliya Mysyuk en Jolanda Lindenberg hanteren. Zij zijn de onderzoekers die de kwalitatieve bijdrage aan het rapport Ouderenmishandeling in Nederland hebben geleverd.
  3. Comijs, H.C., C. Jonker, A.M. Pot & J.H. Smit (1996),
    Agressie tegen en benadeling van ouderen. Een onderzoek naar ouderenmishandeling, Amsterdam: Vrije Universiteit.
  4. Ook werden focusgroepen gehouden met experts, gemeentelijke beleidsmakers, managers in zorgorganisaties, artsen etc.
  5. Campen, Cretien van, Frieke Vonk, Theo van Tilburg (red.) (2018),
    Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  6. Een prachtig gedicht over groots en meeslepend oud worden. Maar de kans dat ik, 104 jaar oud, nog zal worden betrapt door ‘my mistress (..) in bed with her daughter’, lijkt me niet heel waarschijnlijk.

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

komt vrienden in den ronde