Openingslezing Groningen, vrijdag 14-9-’18

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

Laura Batstra: Wat is er toch met die jeugd van tegenwoordig?

DoorJoost Hauer;

Na een hartelijk welkomstwoord gaf de directeur van de Senioren Academie, mevr. Jaqueline Kampman, het woord aan dr. Laura Batstra, universitair hoofddocent bij de Faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen van de RUG. Aan de titel van haar voordracht voegde zij al snel een vraag toe: en wat is er met ons?

Allereerst stelde zij vast dat er een enorme toename te zien is van wat tegenwoordig als psychiatrische stoornis wordt aangeduid (bijv. dyslexie, ADHD en autisme). Autisme was zeldzaam maar is in enkele tientallen jaren toegenomen van 1 op 500 naar 1 op 33 Nederlandse kinderen. De medicatie voor ADHD is in tien jaar verviervoudigd; 1 op 23 kinderen gebruikt voor dergelijke aandoeningen medicijnen. Van angststoornissen was rond 1980 nauwelijks sprake terwijl volgens een recente oratie nu 1 op 7 kinderen angststoornissen heeft. Wat is er aan de hand?

Psychiatrische stoornissen worden gedefinieerd in de Diagnostic and Statistical Manual of Disorders (DSMD). Voor de diagnose ‘depressie’ moet men aan tenminste vijf van negen criteria voldoen; aanleiding om dat te onderzoeken is vaak disfunctioneren in school of werk. Voor de diagnose ‘ADHD’ hanteert men negen criteria die over aandachtsproblemen gaan en negen waarin hyperactiviteit centraal staat; wanneer men aan zes van elke groep van negen criteria voldoet is er sprake van ADHD.

Opvallend is dat in alle criteria het woord ‘vaak’ wordt gebruikt, hetgeen betekent dat de interpretatie van de criteria nogal beoordelaargevoelig is: men kan ze streng toepassen of breed interpreteren; een kind is een storend element in de klas wanneer hij drie keer per uur opstaat of, bij een andere beoordelaar, wanneer hij dat enkele keren per dag doet. We zien dat de bredere toepassing steeds meer plaatsvindt en er dus gemakkelijker een stoornis wordt vastgesteld.

Hoe komen die psychiatrische classificaties in het handboek? Een groep van deskundigen, ervaren psychiaters, zitten om een tafel en beslissen daarover bij handopsteken. Ook maatschappelijke ontwikkelingen worden meegewogen. Homoseksualiteit stond tot 1973 als stoornis in het handboek. Het aantal opgenomen stoornissen is in de loop der jaren sterk toegenomen: in 1950 waren het er 106, in 1994 al 300, en in 2013 werd de 400 bereikt. In de laatste editie zien we bijv. ‘mild neurocognitive disorder’ (seniorenmomenten bij ouderen). Dat leidt tot de vraag of er wel sprake is van een psychiatrische stoornis of dat het om dingen gaat die gewoon bij het leven horen.

Maar het gaat nog verder: misofonie. Daaraan lijdt men wanneer men zich ergert aan menselijke geluiden zoals smakken en hoorbaar ademhalen. Deze aandoening heeft de Margriet en de Libelle al gehaald, er is inmiddels een patiëntenvereniging en BN-ers hebben al gemeld dat ze aan deze aandoening lijden. Op een website wordt misofonie beschreven als een hersenaandoening. Dat zien we trouwens ook bij ADHD dat als dopaminetekort wordt omschreven. In het handboek (DSMD) worden vaak definities van stoornissen gegeven waarin hersendefecten worden aangeduid als oorzaak voor de problemen.

De verbinding met hersendefecten is wetenschappelijk nauwelijks houdbaar. Bij groepsonderzoek worden soms kleine verschillen gevonden tussen patiënten en de controlegroep, maar dat rechtvaardigt geen conclusies op individueel niveau. Gemiddeld zijn mannen langer dan vrouwen, maar dat zegt niets over individuen, ook niet over de spreekster van vandaag met haar 1,92 meter. Toch vinden we in vele media en zelfs in handboeken regelmatig terug dat het bij psychiatrische stoornissen om hersendefecten gaat. Er is ook te vinden dat mensen met ADHD kleinere hersens hebben.

Waarom worden dergelijke uitspraken gepubliceerd terwijl aantoonbaar is dat ze wetenschappelijk niet houdbaar zijn? In ieder geval wordt statistiek verkeerd toegepast, maar ook speelt een rol dat wetenschappers op publicaties worden afgerekend, dat vakbladen resultaten willen laten zien (“helaas heeft het onderzoek niets opgeleverd” wordt niet gepubliceerd) en media willen sensationeel nieuws. Ook de invloed van de farmaceutische industrie is aanzienlijk. Het gevolg van dit alles is dat psychiatrische stoornissen, omdat het om hersendefecten gaat, aangepakt moeten worden met medicatie. Vooral bij kinderen, die zelf niet kunnen kiezen, betekent dat medicalisering van de stoornis met alle neveneffecten van dien.

De conclusie dringt zich op dat we de verkeerde vraag stellen. Waarom is ongeconcentreerd en druk gedrag eigenlijk een probleem in deze samenleving? In plaats van ‘wat is de oorzaak’ stellen we de vraag ‘waarom is het een probleem’. Langs die vraag komen we op totaal andere antwoorden: werkdruk, organisatie van het onderwijs, inkomensongelijkheid, werkeloosheid, sociale uitsluiting en zo meer.

We hebben in de samenleving van veel een wedstrijd gemaakt. Welke school heeft de beste CITO-resultaten, wie wordt de docent van het jaar, welke BN-er wint het grote dictee. Alles is gericht op zelfverbetering, haal het beste uit jezelf, word oud maar blijf daarbij jong en fit, haal meer uit je hersenen (Erik Scherder), kijken naar Call of Duty is goed voor de ontwikkeling van de hersens; kortom we leven in een meritocratische samenleving waar de ‘American Dream’ nog breed wordt ervaren: je bent verantwoordelijk voor je eigen succes (en dus ook voor je eigen falen!).

Anders gezegd: de vage en rekbare definities in het handboek (DSMD) worden ten onrechte hersendefecten genoemd en dat valt in goede aarde in de competitieve prestatiemaatschappij waarin succes of falen eigen keuze is. De kosten van de gezondheidszorg lopen mede daardoor sneller op dan wenselijk en noodzakelijk is, en de hersenmythen leggen de oorzaak van stoornissen bij het individu, die zich gaat gedragen naar het ziektelabel dat hem is toebedeeld. De oplossing kan alleen gevonden worden in structurele veranderingen in de samenleving, zodat er minder stress en prestatiedwang is. Wat we nodig hebben is een ‘Diagnostic and Statistical Manual of Societal Problems’.

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

komt vrienden in den ronde