Exoten

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

Door Dick M. Pegtel;

Regelmatig wordt door de media melding gemaakt van nieuwe soorten in Nederland, z.g. exoten. Het betreft soorten die hun areaal uitbreiden en daarom ook wel vreemdeling, allochtoon, uitheems, geïmporteerd, geïntroduceerd, onkruid, niet-natuurlijk, immigrant of kolonist worden genoemd. Al of niet moedwillig door mensen verzameld en in de koffer meegenomen. Of spontaan. Niet altijd is het transport bekend.

Exoten zijn per definitie niet altijd invasief (=zich snel verspreidend). Slechts een klein percentage redt het. Een aantal daarvan kan een plaag vormen, ecologisch en/of economisch. Een opvallend voorbeeld is de mineermot van de witte paardenkastanje. Het resultaat van deze mot is erg opvallend: de bladeren vertonen vele bruine vlekken en vallen vaak vervroegd af. Op de lange termijn lijkt het schadelijk voor de boom want die verliest ieder jaar fotosynthetisch vermogen.

Recente toename van het aantal exoten wordt wel in verband gebracht met de stijging van de gemiddelde jaartemperatuur door de toename van het broeikaseffect. Ook de hoeveelheden en patronen regen veranderen geleidelijk. Het wordt langzamerhand warmer en natter. Uitgezonderd dit jaar, 2018, want we hebben wel een warme, maar juist een heel droge zomer gehad. Aan diverse veldgewassen in onze streek zoals suikerbiet, tarwe, aardappel, snijmaïs konden we zien dat de planten het moeilijk hadden. Zozeer zelfs dat de vrouwelijke kolfvorming in maïs minimaal was. Suikerbieten kwamen niet verder dan kleine plantjes met slaphangende bladeren en nauwelijks bietvorming.

Exoten hebben over het algemeen een slechte naam. Dat is eigenlijk merkwaardig. Tijdens de laatste (Weichsel-)ijstijd was Nederland een poolwoestijn. Geen bedekking met ijs zoals tijdens de voorlaatste (Saale-)ijstijd toen de gronden permanent bevroren waren waarop door wind getransporteerd zand werd afgezet dat we dekzand noemen. Ook löss werd door stevige winden getransporteerd en voornamelijk in Zuid-Limburg afgezet. Na die vorstperiode vond (her)kolonisatie plaats vanuit Midden- en Zuid-Europa.

Voorts is nagenoeg ons gehele voedselpakket samengesteld uit allochtone soorten. Het aanvoeren door de mens van voedselgewassen begon al in de Romeinse tijd. Een sterke globalisering vond plaats na de ontdekking in 1492 van Amerika door Columbus. We zijn vertrouwd met gewassen uit Amerika zoals aardappel, tomaat, aubergine, quinoa, paprika, zonnebloem, aardpeer en maïs. Uit Nieuw-Zeeland kennen we de smakelijke Nieuw-Zeelandse spinazie. Vele tuinplanten zoals bolgewassen en struiken en bomen komen van heinde en verre.

Tijdens de afgelopen tientallen jaren is de belangstelling voor biologische invasies geëxplodeerd. De reden daarvoor is dat de eigenschappen van binnenkomende soorten (exoten) kunnen bijdragen aan het proces van biologische verdringing. Dat betekent dat de huidige biologische diversiteit kan gaan verdwijnen, wat economische en/of ecologische schade tot gevolg kan hebben en veel geld kan gaan kosten.

Een markant voorbeeld is de introductie van Amerikaanse zoetwaterkreeften. De Europese zoetwaterkreeft is nagenoeg door deze nieuwkomers weggeconcurreerd. Uit Amerika zijn ook afkomstig de wasbeer, wasbeerhond, muskusrat en roodwangschildpad. Zal de biologische globalisering leiden tot ‘vele verliezers en enkele overwinnaars’? Een belangrijke vraag!

Overigens zijn lang niet alle nieuwkomers in staat om levenskrachtige populaties op te bouwen. Als het invasieve soorten lukt om levenskrachtige populaties op te bouwen, dan zijn ze lang niet in alle gevallen vervelend of lastig, laat staan schadelijk. Onderzoek naar invasies heeft ondermeer de bedoeling de voornaamste ecologische eigenschappen van invasieve soorten en de potentieel invasiegevoelige ecosystemen op te sporen.

Centraal in het onderzoek staat de aanname dat succesvolle binnenvallende soorten bepaalde unieke eigenschappen zullen bezitten, die dergelijke soorten in staat stellen zich buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied te vestigen. Veranderingen in de verspreiding is niet onnatuurlijk of ongebruikelijk: de volledige biota van Noord-Europa is na de laatste, Weichsel-ijstijd geleidelijk vanuit Zuid-Europa gemigreerd.

Terug naar VRIENDENPOST okt. ’18

komt vrienden in den ronde