Naar een toekomstbestendig energiesysteem

Openingslezing HOVO Groningen door Prof. Dr. Ton Schoot Uiterkamp

Verslag: Joost Hauer

Het HOVO-jaar 2019-2020 werd in Groningen geopend op donderdag 19 september met een lezing door Prof. Dr. Ton Schoot Uiterkamp. De toehoorders in de goed gevulde Doopsgezinde Kerk werden hartelijk verwelkomd door de directeur van HOVO Noord-Nederland, mevr. Jacqueline Kampman. Daarna was er alle ruimte voor Prof. Schoot Uiterkamp, die ons in amper een uur meenam in de geschiedenis van energietransities en duidelijk maakte voor welke uitdagingen we staan aan het begin van de komende transitie.

Allereerst moet worden vastgesteld dat energie geen doel op zich is maar een middel om van alles te realiseren. Gebruik van energie heeft echter neveneffecten; daarvan worden we ons in toenemende mate bewust, denk maar aan recente verschijnselen als vliegschaamte, baarangst en cappucinoschroom. De vraag is nu hoe we komen tot een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem. Onze kinderen en kleinkinderen willen we dat nalaten.

Daartoe dienen we ons de IPAT-vergelijking bewust te zijn:
Impact = Population x Affluence x Technology.

In de geschiedenis heeft de mensheid eerder energietransities doorgemaakt. 300.000 jaar geleden, toen de mens vuur ging maken, werd biomassa aangewend om energie op te wekken: hout en turf. Dat is een proces van het gebruik van hulpbronnen die eindig zijn. Er is maar één aarde en het aantal mensen dat er op woont neemt toe en derhalve ook de energieconsumptie. Hout werd niet alleen gebruikt voor verwarming, maar ook voor woningbouw en productie van schepen. Rond 1800 was de aarde nog steeds 510 miljoen km2 groot, maar het aantal bewoners was inmiddels gestegen naar rond 1 miljard. In 1798 vroeg Malthus zich af of de voedselproductie wel voldoende was om de bevolkingsgroei bij te houden; hij was daarover nogal pessimistisch.

Toen begon de Industriële Revolutie, hout werd vervangen door steenkool en rokende schoorstenen werden symbool voor welvaart. In het verkeer werd het paard vervangen door de auto, dat gebeurde in krap 25 jaar. Vroeg in de 20ste eeuw waren er al signalen dat men zich zorgen maakte over de uitputting van steenkool en ook over schadelijke neveneffecten, zoals de smog in Londen. Het gebruik van olie en later gas groeide enorm en ook kernenergie werd geïntroduceerd. Door technologische innovaties in de landbouw bleef de hongersnood, die Malthus had voorspeld, uit en de toename van het BNP per hoofd van de bevolking groeide sneller dan de bevolking zelf, waardoor er ruimte was om allerlei “stuff” te kopen. Wat hebben we niet allemaal in huis? Energie hebben we nodig om onze samenleving draaiend te houden, maar de fossiele grondstoffen raken op relatief korte termijn uitgeput en de negatieve effecten van voortgaand gebruik worden steeds nijpender. Na turf, hout, steenkool, aardolie, aardgas en kernenergie is een nieuwe transitie noodzakelijk. We verstoken nu in een jaar zoveel als de aarde in een miljoen jaar heeft voortgebracht. En de gevolgen voor het ecosysteem zijn ingrijpend. Toch zijn olie en gas nog steeds de basis van onze productie.

Inmiddels is het gehalte CO2 in de atmosfeer enorm toegenomen en is het duidelijk dat er een directe relatie bestaat tussen CO2 gehalte in de lucht en de temperatuur op aarde. Dat was vroeger ook al zo, anders zou het veel kouder zijn op aarde, maar de versnelling van de toename is evident en in de periode 1980-2020 is de temperatuurstijging onmiskenbaar. De mens is zelf de aarde aan het opwarmen. Ook andere indicatoren laten zien dat de veranderingen in klimaat en atmosfeer ingrijpend en welhaast onomkeerbaar zijn (zie de website van HOVO-Noord-Nederland waar de powerpoint-presentatie van de lezing toegankelijk is).

Signalen dat er iets moet gebeuren zijn er al jaren, maar de politieke wil om er gezamenlijk de schouders onder te zetten is nog lang niet voldoende aanwezig. “The limits of growth”, het beroemde rapport – van de club van Rome – uit 1972 kon slechts in Nederland en Japan op brede belangstelling rekenen. Met het Brundtland-rapport uit 1987 was het al iets beter en de rapporten die onder auspiciën van de Verenigde Naties verschijnen krijgen recentelijk veel bredere belangstelling. De klimaatconferentie van 2015 in Parijs was wellicht een keerpunt omdat men zich vrijwillig aan de afspraken verbond. Opwarming dient onder de 2 graden te blijven, de landelijke commitments zijn expliciet maar vrijwillig, elke 5 jaar worden nieuwe rapportages gemaakt over de mondiale situatie. 2020 wordt dus een spannend jaar waarin (in Santiago) duidelijk wordt of men iets heeft bereikt.

Wat er moet gebeuren is complex. Energiegebruik zal over de hele linie moeten worden teruggedrongen of zo mogelijk worden voorkomen. Belasting op energieverbruik is onontkoombaar, bijv. kerosinebelasting. Tevens moeten de fossiele brandstoffen uiteindelijk verdwijnen, liefst zo snel mogelijk. Dat betekent ombouw naar alternatieven als zon en wind. Een lastig probleem is opslag en transport van energie; opslag is nodig om bij pieken in de productie de energie te kunnen opslaan en transport moet met minder verlies. Een extra zorg is dat bij de huidige techniek allerlei zeldzame elementen gebruikt worden die niet overal op aarde voorkomen; China controleert een belangrijk deel van de voorraden.

Uiteindelijk gaat het in de energietransitie waarvoor we staan om drie randvoorwaarden:

  • Is de verandering kosteneffectief;
  • Is de verandering uitvoerbaar;
  • Is de verandering aanvaard(baar).

Vooral dat laatste is wezenlijk, we moeten het wel willen. Temeer omdat deze transitie alleen een succes kan worden wanneer we bereid zijn iets in te leveren. We gebruiken nu per persoon permanent energie voor 60 lampen, dat is 6 KW. We zouden terug moeten naar 1,5 KW en dat bereiken we niet door thuis een paar lampen uit te doen.

Het positieve bericht is dat er twee hulpbronnen onbeperkt zijn: zonlicht en het menselijk vernuft.

Terug naar Vriendenpost oktober 2019